17 november stelde de VRM haar rapport “Mediaconcentratie in Vlaanderen 2009″ voor, een eerste update van het vorige rapport uit 2008.
VRM, ooit stonden die drie letters voor een populaire Antwerpse lokale radio. Sinds een aantal jaar staan ze voor : “Vlaamse Regulator voor de Media”.
Deze “Regulator” is een staatsinstelling die optreedt als mediawaakhond met als belangrijkste taken : het sanctioneren van inbreuken, het uitreiken (of schorsen) van vergunningen en bepalen of markten concurrerend genoeg zijn.
‘t Is een lijvig rapport geworden met maar liefst 198 pagina’s. Maar dat is ook niet verwonderlijk want het gaat hier niet alleen om radio of televisie maar ook over de geschreven pers en een flinke katern over het internet.
Liefhebbers van vrije meningsuiting kunnen volgens de VRM op hun beide oren slapen : In Vlaanderen zijn 10 grote mediaspelers maar geen enkele mediagroep domineert de volledige mediasector. Big Brother is net zo fictief als Big Foot. De belangrijkste conclusies die getrokken worden in het rapport stellen de politici gerust : Slechts 2 mediagroepen zijn van buitenlandse origine, bij televisie valt de toename van het aantal zenders op, de dagbladenmarkt kent dalende verkoopscijfers maar de concentratie onder de uitgeverijen blijft stabiel en bij het hoofdstuk nieuwe media onderlijnt men de stijgende internetreclamebestedingen. Blablabla. Allemaal mooi.
Als radiobeest heb ik natuurlijk geen boodschap aan al die lofzangen over de andere media. Mijn interesse gaat vooral uit naar wat El Regulatore te vertellen heeft over radio. Daar waar de VRM waakzaamheid vraagt naar aanleiding van het feit dat er bij de aanbieders van periodieke bladen 1 speler 35% van deze markt inpalmt, zwijgt ze in alle talen over de concentraties op de fm-markt. Het rapport geeft toe dat de 2 grote spelers (VRT en VMMa) samen meer dan 80% vertegenwoordigen maar durft nergens de term ‘duopolie’ in de mond te nemen. De VRM vindt troost in het feit dat de commerciele Q steeds meer de publieke omroep terugdringt. Het rapport onderschrijft het beperkt aantal spelers maar vraagt nergens aan de politici om in te grijpen. Integendeel. De samenwerking tussen de regionale stations in het samenwerkingsverband Nostalgie en de overname van Be One door Alfacam ziet ze als een goeie zaak : de introductie van meer grote spelers op de radiomarkt.
Dat de groep achter 4FM ondertussen werd overgenomen door de VMMa wordt langs neusweg vermeld maar dat dit het aantal grote spelers ook terug verkleinde, die conclusie lees je dan weer nergens. Wanneer we op pagina 117 de tabel met financiele gegevens over de radio-omroeporganisaties bekijken, kunnen we de term “grote speler” alvast relativeren. Be One heeft 15 voltijdse medewerkers, Q-music maar liefst 486.
Om de gezondheid van de patient Radio in Vlaanderen te kennen is deze tabel dan ook dé ultieme bloedtest. De twee grootste spelers op de markt kennen een vermogen van miljoenen euro’s, de rest van de spelers op de fmband werkt met peanuts. De VRT bezet met een leger van 2826 (!) voltijdse werkkrachten, een groot deel van de fmband. Mocht onze Vlaamse omroep ooit een zeezender willen opstarten hebben ze een cruiseschip nodig. De staatsomroep eist maar liefst 5 uiteenlopende formats op : 1, 2, Klara, StuBru en MNM maar maakt dit jaar wel een put van ruim 7 miljoen euro. (7.380.000 euro !) De lokale radiozenders verenigen zich in een samenwerkingsverband, ontslaan medewerkers of besparen in hun (reeds beperkte) uitgaves wanneer ze geconfronteerd worden met financiele verliezen. De VRT ontsnapt hieraan. De knipperlichtprocedure, opgenomen in de beheersovereenkomst tussen VRT en Vlaamse Gemeenschap, voorziet dat de belastingbetaler dat tekort mag aanvullen. Nergens geeft de VRM in haar rapport weer dat dit systeem de natuurlijke selectie (financieel) op de fmband tegenhoudt. Wanneer de VRT verplicht zou worden om MNM of StuBru in de etalage te zetten, geeft dit de mogelijkheid aan andere (eventueel zelfs buitenlandse) investeerders om zich in te werken in de Vlaamse fmband. Ook hier zwijgt “the Big Regulator” in alle talen.
Mijn conclusie is dan ook erg eenvoudig : In mijn radio Contact-periode streed ik nog voor het ideaal van een mooie, kleurrijke, verdeelde fmband met een zo groot mogelijk aantal spelers. Nu anno 2009 ligt dat doel verderweg dan ooit. (figuur 38 op pagina 109 maakt een overzicht van alle mediagroepen en projecten) Roularta (Knack, Steps, Kanaal Z, …) en Persgroep (De Morgen, Het Laatste Nieuws, …) hebben zich financieel ingewerkt bij de VMMa. Corelio (De Standaard, Woestijnvis, RobTV, …) hebben zich via de VAR ingewerkt bij het kamp van de VRT. Al deze echte grote mediaspelers hebben de fm-band netjes onder mekaar verdeeld. Niet één van die spelers voelt de noodzaak, niet nu en niet in de toekomst, om op die fmband andere grote spelers te introduceren. Volgens mij ook de reden waarom Corelio en Concentra nauwelijks investeren in Nostalgie. SBS zal nog lang op zijn Vlaams radiostation mogen wachten en wie net als ik al wat langer in het radiomilieu zit, weet dat Alfacam veel centjes gaat verliezen aan BeOne. Gabriël Fehervari kan best Francis Lemaire eens contacteren. Als het van de politici binnen de meerderheid afhangt zal het bestaande duopolie nog niet gauw verdwijnen. Laat de VRM nu net een instrument zijn van diezelfde politici. Dan ga je mijn conclusie natuurlijk niet gauw terugvinden in zo’n rapport.
Een gemiste kans, in ieder geval. Want net zoals het verlies van de machtpositie van Microsoft of het vallen van de muur in Berlijn komt het er volgens mij ooit van. Waarschijnlijk plots, onverwacht, revolutionair. Bij de introductie van digitale radio ? Uit het buitenland ? Een jonge garde die niet meer akkoord gaat met de toekomst van radio uitgestippeld door media-dinosaurussen ? Benieuwd of de spelers die vandaag de macht delen als duopolist, ook nog tevreden zijn wanneer morgen een franse FGradio, bijvoorbeeld, massaal frequenties begint op te kopen van noodlijdende lokale zenders.
Mediaconcentratie Vlaanderen




